Ladies, we moeten praten. Niet over mannen deze keer. Niet over loonkloof, mansplaining of het feit dat “je ziet er moe uit” blijkbaar een geaccepteerde begroeting is. Nee, vandaag gaat het over ons. Over hoe wij, de zelfverklaarde strijdsters voor gelijkheid, elkaar soms harder raken dan de systemen die we proberen te doorbreken. Laten we het even hebben over iets wat ons allemaal aangaat. Iets wat ons frustreert, irriteert, en soms zelfs laat twijfelen aan het hele idee van feminisme.
Feminisme is prachtig. Het is kracht. Het is rebellie met rode lippenstift. Maar het is ook kwetsbaar. En het wordt elke dag een beetje zwakker; niet door de buitenwereld, maar door de binnenwereld. Door ons. Door de stille blikken, de passief-agressieve opmerkingen, de screenshots in groepsapps met “kijk wat zij nu weer post.” Want laten we eerlijk zijn: feminisme is niet dood. Maar het ligt wel regelmatig in de kreukels. En nee, niet per se alleen door mannen in pakken, maar vooral door vrouwen in groepsapps.
We zeggen “support your sisters,” maar we bedoelen: “support je zusters, zolang ze niet succesvoller, mooier, slimmer of gelukkiger zijn dan jij.”
“We zijn als cheerleaders met messen in onze pompons.”
We zeggen dat we strijden voor gelijkheid. Voor respect. Voor ruimte. Maar ondertussen is het onderlinge commentaar genadelozer dan een jury bij Holland’s Next Top Model. We zijn harder voor elkaar dan de samenleving ooit voor ons is geweest.
Je kent ze wel: de fluisterende blikken op kantoor als een vrouw promotie krijgt. “Zij? Hoe dan?” Of die vriendin die zegt: “Wat goed dat je voor jezelf kiest,” maar het vervolgens aan iedereen vertelt alsof je een egoïst bent geworden. En dan hebben we nog de online arena, waar vrouwen elkaar met hashtags en screenshots virtueel de grond in boren. #Empowerment, maar dan met een mes in de rug.
We zijn kampioenen in het analyseren van elkaars keuzes. Te veel make-up? Nep. Te weinig make-up? Slonzig. Kinderloos? Egoïstisch. Moeder? Saai. Carrièrevrouw? Koud. Thuisblijvende moeder? Achterhaald. Het maakt niet uit wat je doet: er is altijd wel een andere vrouw die vindt dat je het verkeerd doet. En dat, dames, is het probleem.
We zijn zo druk bezig met het bewaken van onze eigen keuzes, dat we vergeten dat andere vrouwen ook gewoon hun best doen om te overleven in een wereld die hen constant vertelt dat ze niet genoeg zijn.
En ja, het is moeilijk. Want we zijn opgegroeid in een cultuur waarin vrouwen concurrenten zijn. Waarin we geleerd hebben dat er maar één plek is aan de top, en dat je daar alleen komt als je de rest naar beneden duwt. We zijn geprogrammeerd om te vergelijken. Om te oordelen. Om te fluisteren.
Maar weet je wat pas écht radicaal zou zijn? Dat we daarmee stoppen.
Dat we elkaar gaan zien als bondgenoten in plaats van bedreigingen. Dat we begrijpen dat er niet één juiste manier is om vrouw te zijn. Dat je én ambitieus én gevoelig mag zijn. Dat je én moeder én vrijgezel én CEO én yogadocent én chaotisch én briljant mag zijn; allemaal tegelijk.
Zolang we elkaar blijven beoordelen op basis van onze keuzes, uiterlijk, ambities of gebrek daaraan, zijn we geen feministen. We zijn juryleden in een wedstrijd waar niemand om heeft gevraagd. We saboteren de beweging van binnenuit, en dat is precies wat de buitenwereld wil.
Weet, verdeeldheid is het perfecte wapen tegen vooruitgang. Als wij druk bezig zijn met elkaar afkraken, hoeven anderen dat niet meer te doen. Dan blijft het glazen plafond keurig intact, terwijl wij eronder ruzie maken over wie de beste hakken draagt.
Maar stel je eens voor: wat als we dat zouden stoppen? Wat als we elkaar zouden steunen, zelfs als we het niet helemaal begrijpen? Wat als we zouden zeggen: “Ik zou die keuze zelf niet maken, maar ik respecteer dat jij dat wel doet”? Wat als we zouden stoppen met fluisteren, en zouden beginnen met juichen?
Dan zou feminisme niet alleen een beweging zijn. Dan zou het een revolutie zijn.
Een revolutie waarin vrouwen elkaar optillen in plaats van neerhalen. Waarin we elkaars successen vieren alsof ze van onszelf zijn. Waarin we begrijpen dat er niet één manier is om vrouw te zijn, maar miljoenen.
Want zolang we elkaar blijven slopen, zal het feminisme niet zegevieren. Dan blijven we onderaan, druk bezig met elkaar bekritiseren, terwijl de wereld ons uitlacht en zegt: “Zie je wel, ze kunnen niet eens samenwerken.”
Maar stel je voor: wat als we dat plafond samen breken? Wat als we van die brokstukken een trap maken, zodat we elkaar omhoog kunnen helpen? Wat als we stoppen met fluisteren en beginnen met juichen?
Dan wordt feminisme geen strijd meer. Dan wordt het een feest. Een revolutie in glitterjurken, met confetti van complimenten en een soundtrack van “You go girl!”
Dus, lieve vrouwen: laten we stoppen met het vergelijken, het sneren, het fluisteren. Laten we beginnen met het bouwen, het steunen, het vieren. Want de wereld verandert niet omdat we gelijk hebben. Hij verandert omdat we elkaar optillen.
Feminisme is geen modetrend. Het is een revolutie. Maar zolang we elkaar blijven beoordelen, bekritiseren en ondermijnen, saboteren we die revolutie van binnenuit.
And scene.
Noura el Amrani
IG: @treseloquent
